Pagina's

zaterdag 9 januari 2010

Ideologie - basis en verschijningsvorm

Een ideologische basis is wat de fellow_travellers (van alle gezindten) van de benodigde rechtvaardiging van hun keuzes voorziet, zonder dat het hen verplicht in te gaan op specifieke programmapunten van de partij van hun keuze. Zelfs van zeer fanatieke aanhangers van partijen is genoegzaam bekend dat zij zelden meer dan 85% van de standpunten van een partij als de hunne beschouwen, en meestal (veel) minder.

Dat is ook niet zo vreemd, als we de ontwikkeling van politieke partijen en hun plaatsing in het universum beschouwen. De 19e eeuwse politiek laat zich op hoofdlijnen samenvatten met een links/rechts-schema (één-dimensionaal). Het algemeen kiesrecht bracht het socialisme als eerste-rangskracht, en de voor een overzicht van de politieke hoofdlijnen vereiste figuur werd door de een assenkruis (2-dimensionaal).

Na de zogeheten overwinning van het Liberalisme na 1989, ontstond een driedimensionale onderverdeling.

1e dimensie Levensbeschouwing (in zin van privé)

2e dimensie Economie van het individu

3e dimensie Levensbeschouwing (plaats in de wereld)

Naarmate het aantal politieke dimensies toenam, nam de overzichtelijkheid af. Mensen raken hierdoor ideologisch verward. Deze verwarring wordt mede veroorzaakt doordat partijen waar men zich traditioneel ver van verwijderd voelde, standpunten bleken te hebben die dichter bij hun eigen gevoelens lagen dan in een tweedimensionale situatie.

De 1e en 3e dimensie zoals ik ze hierboven kort heb gekarakteriseerd, lijken loten van dezelfde stam te zijn. Dat is echter geen belemmering, aangezien dat tot op zekere hoogte ook voor de politieke benadering van economie geldt. Voor het uitgroeien tot een volwaardige dimensie is eerst en vooral vereist dat de nieuwe as een debat van de eerste orde vertegenwoordigd. Ook ten tijde van de tweedimensionale karakterisering bestonden de kiemen voor de groei van een derde dimensie, terwijl tegelijkertijd de stelling kan worden verdedigd dat de economie als onderdeel van het onderscheidend debat aan belang heeft ingeboet.

In een drie-dimensionaal systeem ontstaat daardoor een politieke heroriëntatie. Het is heel wel mogelijk nog steeds een lijn te ontwaren en te volgen langs één van de hoofdassen, maar op de tocht daarlangs kom je dan verschillende partijen tegen die het op dit specifieke punt eens zijn. Eén van de hoofdassen heeft het primaat, en het is langs deze lijn dat het politieke debat zich uiteindelijk groepeert.

Het politieke debat concentreerde zich na de Tweede wereldoorlog vooral op de economie, levensbeschouwelijke zaken speelden een secundaire rol in de perceptie van de politieke verhoudingen. Na 1989 veranderde dat, dat het aantreden van het eerste paarse kabinet daarmee samenviel is er overigens geen direct uitvloeisel van, aangezien de samenstellende partijen het onderwerp grotelijks negeerden.

Traditionele etiketten als liberalisme, socialisme, monarchisme, republikeinisme, federalisme, centralisme, conservatisme, christelijk, democratisch, communisme, pacifisme, corporatisme, libertarisme, nationalisme, fascisme, christendemocratisch en populisme en de samenstellingen die door hen te combineren zijn ontstaan, zijn niet meer dan indicaties waar men iets in het politieke spectrum ongeveer kan terugvinden. Heel vaak wordt dat dan ook nog gekoppeld aan de stijl en het karakter van de persoon die deze standpunten uitdraagt.

Een etiket op een partij geeft ten hoogste aan op welke wijze een partij een bepaald onderwerp benadert, garanties over de uitkomst van een interne partijanalyse zijn niet te geven, juist omdat de persoonlijke bemoeienis van een aantal dominante partijleden zwaarder weegt dan een exacte politieke stellingname in algemene zin.

Algemeen gesteld zijn politiek-grote vraagstukken maatgevend voor een bepaalde periode. De partijvorming past zich daar aan aan. Grof gesteld was in de 19e eeuw de strijd tussen liberalisme en conservatief-christelijke krachten maatgevend voor het publieke debat. Rond het einde van WO I ontstond hier consensus rond een compromis, mede door het groeiend belang van een tot dan toe ondergeschikt onderwerp van het politieke debat: de sociaal-economische verhoudingen binnen de bevolking.

De strijd over de sociaal-economische verhoudingen, waar ook het fascisme in zijn oorspronkelijke vorm een product van was, duurde tot zoals hierboven al gememoreerd ongeveer het einde van de jaren tachtig. Niet alleen was er door de lange jaren van politieke strijd een zekere mate van consensus bereikt, tevens werd het ingehaald door het debat dat de komende vijftig jaar het politieke toneel lijkt te zullen gaan beheersen: de immigratie en integratie.

Te zijner tijd zullen ook hierin de isme´s ontstaan om de kiezer de plaats van een partij in het politieke spectrum te duiden. Maar de politieke plaatsbepaling heeft de isme´s tot gevolg. Niet andersom.

1 opmerking:

  1. toetssteen op 09 Jan 2010 om 3:41 pm

    Prima artikel Hannibal!

    Loubna Berrada op 09 Jan 2010 om 5:33 pm
    “… the 20th century has been characterized by three developments of great political importance: The growth of democracy, the growth of corporate power, and the growth of corporate propaganda as a means of protecting corporate power against democracy.“

    ..Zo waar,
    En deze had gewoon een groot humor gehalte…

    “I have been thinking that I would make a proposition to my Republican friends… that if they will stop telling lies about the Democrats, we will stop telling the truth about them. “

    Goed stuk Hannibal ! gr loubna

    Hannibal op 09 Jan 2010 om 7:15 pm

    Tot mijn afgrijzen en verbijstering gebruikt Thomas von der Dunk in een stuk in de Volkskrant vandaag vrijwel exact dezelfde omschrijving van een drie-assig politiek stelsel, en stipt heel summier de consequenties daarvan aan.

    Las ik een kwartier geleden.

    zande op 09 Jan 2010 om 7:18 pm

    Dat betekent dus dat het wel onzin moet zijn!!!!;-)

    BeantwoordenVerwijderen