De zoektocht naar absolute waarheden heeft in de moderne samenleving vreemde vormen aangenomen. Leek het lang zo te zijn dat men erkende, dat waarheden die tot hun uiterste consequenties worden doorgevoerd leiden tot absurde situaties, blijkens de uitspraak van de Hoge Raad over de vrijheid van de SGP betreffende de kandidaatstelling door die partij lijkt dat paradigma aan erosie onderhevig.
Alles is relatief zoals men zegt, maar de Hoge Raad lijkt te willen bewijzen dat ook dit axioma aan vernieuwing toe is.
De Nederlandse grondwet garandeert een aantal vrijheden in artikelen, zonder deze vrijheden in een systematiek onder te brengen. Dit betekent dus, dat ze als gelijkwaardig beschouwd dienen te worden. De SGP-uitspraak van afgelopen vrijdag verheft het gelijkheidsbeginsel echter tot de ultieme maatstaf. Hiermee gaat de Hoge raad dus voorbij aan het gelijkheidsbeginsel van de verschillende artikelen in grondwettelijke zin, en zet daarmee voor de rechtspraak een belangrijk, en wellicht gevaarlijk precedent. Nadat eerder de Raad van State een uitspraak deed die de SGP steunde in haar beleid, en daarmee de overheid dwong de ingetrokken subsidiëring van de partij te hervatten, komt de Hoge Raad met een opvatting die hiermee in strijd is. Dat is een ongezonde zaak, omdat nu de twee hoogste autoriteiten op rechtskundig gebied van ons land blijkbaar uitgaan van twee verschillende paradigma´s in hun opvattingen over de grondwet. Eigenlijk kan dat niet goed gaan.
In een eerste artikel over deze uitspraak gisteren merkte ik al op dat de afwezigheid van een Constitutioneel Hof in Nederland zich doet gelden. De nu ontstane situatie dwingt het parlement, als ultieme beslisser bij ontstentenis van het genoemde Constitutionele Hof, maatregelen te gaan treffen tegenover een partij, die deel uitmaakt van datzelfde parlement.
Alsof hier nog niet voldoende tegenstrijdigheid mee was gecreëerd, stelt de uitspraak van de Hoge Raad geen te nemen koers vast, doch beperkt zich tot de uitspraak dat er maatregelen moeten worden getroffen. Hiermee wordt de weg van een rampzalige cirkelredenering betreden, die de Hoge Raad zichzelf had moeten besparen. Iedere maatregel die de regering nu neemt, hoezeer ook pogend kool en geit te sparen, leidt nu direct tot een beroep op de grondwet door elke van de zich benadeeld voelende partijen.
Een politiek compromis zou kunnen zijn de instelling van een Constitutioneel Hof, maar dat vereist een grondwetswijziging. Een dergelijk traject neemt eenvoudig een jaar of zeven, zeker daar om verschillende redenen nogal veel partijen reden hebben om te vrezen voor door die partijen als belangrijk ervaren punten. Tevens betekent de instelling van een Constitutioneel Hof een beperking van de bevoegdheden van het parlement, temeer daar een Hof dat een prioritering binnen de grondwetsartikelen zou gaan aanbrengen, daarmee politiek zeer gevoelige besluiten zou gaan nemen. Die zouden zich dan ook nog eens onttrekken aan politieke controle en besluitvorming door het eerstaangewezen orgaan daarvoor: het parlement.
Deel van het probleem is dat de Nederlandse staatsinrichting mede gebaseerd is op pragmatische politieke compromissen, zoals de wijze waarop de 19e-eeuwse Schoolstrijd uiteindelijk ten einde is gebracht. Dat heeft lang gewerkt, maar deze uitspraak van de Hoge Raad zet de bijl aan de wortels van dat systeem. Door zich nu op het standpunt te stellen dat één van de grondwetsartikelen tot in zijn uiterste consequentie moet worden doorgevoerd, worden daarmee allerlei pragmatische oplossingen op juridische wijze om zeep geholpen. De Hoge Raad heeft met deze uitspraak geblunderd, maar is ook zijn boekje te buiten gegaan. Zoals hierboven beargumenteerd was dit eigenlijk een zaak voor een Constitutioneel Hof. Bij ontstentenis daarvan had de Hoge Raad zich onbevoegd dienen te verklaren, en de zaak moeten doorschuiven naar het parlement met een beroep op de grondwettelijke aspecten. Nu het dat niet heeft gedaan, is de facto een staatsrechtelijke crisis binnen het Nederlandse bestel ontstaan.
Of dit onderwerp een uitspraak op deze wijze waard was, moet sterk worden betwijfeld. Bovendien is het een zeer slecht precedent voor andere zaken die op dit moment spelen, dat de Hoge Raad denkt bevoegd te zijn over de wijze waarop politieke partijen zich organiseren en tot standpunten komen, uitspraken te mogen doen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten