Pagina's

donderdag 26 november 2009

Waarom Boekestijn moest vertrekken

Nu op straat is komen te liggen dat het staatshoofd zich in besloten kring onconstitutioneel veroorlooft politieke meningen te verkondigen, duikt ook de discussie op om de monarchie binnen een afzienbare termijn op te doeken. Hoewel dit een logische gedachte lijkt vanuit de gebeurtenissen die het VVD-kamerlid Boekestijn verplichtten op te stappen, zijn er weinig objectieve redenen voor gezien de wijze waarop de positie van de monarch in het Nederlandse politieke stelsel is ingebed.

De monarchie ligt me niet bijzonder nauw aan het hart, maar ik heb wèl waardering voor de subtiliteiten waarmee onze constitutie is ingericht. De basisgedachte is dat een verstandig monarch de eigen invloed ten allen tijde zal gebruiken om de staat en de staatkundige inrichting te beschermen, aangezien dat het eerste eigen belang van de vorst is.

De politieke richting van de regering is onderhevig aan de waan van de dag, en voor de continuïteit van het landsbestuur maar zelden echt interessant. Zolang het staatshoofd deze lijn volgt kunnen staatsrechtelijke problemen slechts ontstaan als gevolg van politiek-ideologische ontwikkelingen in het parlement (republikeinisme), waarbij aangetekend dat slechts politieke of persoonlijke ontwikkelingen in de statuur van het koningshuis daar toe aanleiding zullen kunnen geven, aangezien het debat over de plaats van het koningshuis onder normale omstandigheden een slapend bestaan leidt.

Wanneer de monarch een actieve rol gaat spelen bij de beleidsvorming van de regering wordt het spel subtieler. Nu is van Koningin Beatrix welbekend dat zij het landsbestuur op de voet volgt, zelfs op een zodanige wijze dat ministers dat naar het schijnt wel eens als hinderlijk hebben ervaren. Dat is geen probleem. Er zitten genoeg ja-knikkers rond politieke gezagsdragers, en een zeer ervaren kritisch volger is eerder van toegevoegde waarde dan een extra hindernis bij beleidsvorming.

Anders wordt het, wanneer de monarch zich met het reilen en zeilen van het parlement gaat bemoeien. Dit orgaan is de uiting in extremis van de ontwikkeling van de politieke zin van de bevolking, en zou als zodanig door het staatshoofd moeten worden beschouwd als een terrein om zich verre van te houden. Hoewel de parlementaire ontwikkelingen voor het staatshoofd van essentieel belang zijn, moeten alle fundamentele botsingen ermee onvermijdelijk leiden tot verdwijnen van monarch dan wel monarchie. Het eerste indien de monarch zich niet kan schikken naar een besluit van het parlement, het tweede als de monarch zijn constitutionele rechten gaat misbruiken naar aanleiding van een heersende mening binnen het parlement, meer specifiek de Tweede Kamer. Een voorbeeld van het eerste was de erkenning van de onafhankelijkheid van Indonesië, die Koningin Wilhelmina niet voor haar rekening wenste te nemen. Concrete openbare uitspraken van het staatshoofd over besluiten en functioneren van het parlement zouden een voorbeeld zijn van het tweede.

Ontmoetingen tussen leden van het parlement en het staatshoofd vereisen om deze redenen een meer dan gemiddelde behoedzaamheid van beide zijden, aangezien een botsing direct staatsrechtelijke consequenties kan hebben. Dit is voor leden van politieke partijen met een republikeinse signatuur veelal aanleiding geweest bezoeken aan het staatshoofd te beperken tot puur formeel staatsrechtelijke aangelegenheden. Van parlementsleden die wel ontmoetingen met Hare Majesteit hebben wordt impliciet verlangd dat zij daarover geen mededelingen doen. Door de tegengestelde functies van staatshoofd en parlementslid (uit hoofde van de controlerende functie van het parlement) kunnen hierover geen expliciete afspraken worden gemaakt, aangezien dat een staatsrechtelijke tegenstrijdigheid zou betekenen. Ter zijde moet worden opgemerkt, dat ook in het geval van een niet-erfelijk staatshoofd een dergelijke regeling tot de logische staatsrechtelijk mores zou moeten behoren.

Dit betekent, dat indien het staatshoofd in beslotenheid met parlementariërs de grenzen overschrijdt, er twee mogelijkheden bestaan:

1) Kamerleden nemen het voor kennisgeving aan, of pretenderen het niet gehoord te hebben, of

2) Kamerleden maken dit bekend, met de intentie een staatsrechtelijke politieke crisis te veroorzaken.

De uitspraken van VVD-kamerlid A.J. Boekestijn suggereerden dat Hare Majesteit uitspraken deed die de werkwijze van het parlement betroffen, en daarmee ruimschoots haar boekje te buiten was gegaan. Het probleem met Boekestijn, is dat hij uit de school klapte zonder de intentie te hebben een staatsrechtelijke crisis te veroorzaken. De enige optie die hem aldus open stond was zijn terugtreden bekend te maken, daarmee impliciet suggererend dat zijn uitspraken over wat het staatshoofd mogelijk gezegd zou hebben, niet correct waren. Of zij dit wel of niet waren doet als gevolg van dat terugtreden niet langer ter zake, aangezien hij met zijn terugtreden afstand doet van alle status, die zijn uitspraken gewicht zouden geven. Was hij gebleven, dan had hij daarmee een staatsrechtelijke crisis veroorzaakt doordat de minister-president uit de aard der zaak gedwongen was geweest er op in te gaan.

De vraag is nu: in hoeverre heeft het staatshoofd de grenzen van het staatsrechtelijk betamelijke overschreden. Bij nadere beschouwing lijkt dat nogal mee te vallen. Hare Majesteit gaf een opinie, wat iets anders is dan een concrete staatsrechtelijke handeling. Zoals hierboven al betoogd zijn parlementariërs vrij, in deze wellicht zelfs verplicht, de privé-mening van het staatshoofd te negeren. Het is een opinie die geen gevolgen kan hebben dan staatsrechtelijke voor de positie van het staatshoofd, en aldus heeft het in beslotenheid uitdrukken van deze mening geen betekenis. Anders zou het zijn, wanneer een kamerlid met deze uitspraken in de hand politiek zou gaan bedrijven, maar anders dan voor de positie van het staatshoofd, zou dat geen betekenis hebben.

Dat laatste is dus precies waarover Boekestijn gestruikeld is. Aangezien het hier slechts ging om een privé-uitspraak van de monarch over een zaak, die door een volgend monarch wellicht heel anders beschouwd zou zijn, is er geen reden voor ophef. Er lijkt dus geen enkele aanleiding te bestaan waarom dit incident het bestaansrecht van de monarchie ter discussie zou moeten stellen.


4 reacties op “Waarom Boekestijn moest vertrekken”

1.

Zande op 26 Nov 2009 om 4:55 pm

“De monarchie ligt me niet bijzonder nauw aan het hart, maar ik heb wèl waardering voor de subtiliteiten waarmee onze constitutie is ingericht.”

Ik ook, vandaar dat ik het bankje van de guillotine heb bekleed met zacht vermiljoen rood.Subtiliteit is my middle name!

Hophop,hare M, doorlopen,het trapje op.

2.

mescaline op 26 Nov 2009 om 10:21 pm

Met stijgende verbazing las ik dit staatrechtelijke stukje staatsrechtstaal.
De ironie, die was er toch wel ? Togh ? Een staaltje ironie dan ?

3.

Karel op 27 Nov 2009 om 12:31 am

@Zande

LOL!
4.

Hannibal op 27 Nov 2009 om 2:04 am
@ Mescaline

De ironie in fictie wordt niet zelden overtroffen door de werkelijkheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten