Maxime Verhagen verschuilt zich nu al drie weken achter de term bescheidenheid, en meent dat ook te kunnen gebruiken om zich te beschermen tegen betrokkenheid bij een Rechts kabinet. Zijn middel is even simpel als effectief: Als VVD en PVV er samen uitkomen, schuift het CDA aan, en wordt de overeenkomst tussen de andere twee opnieuw een onderhandelstuk. Dat de PVV daar niets voor voelt, is niet meer dan logisch. Is het daarom geen goede aanpak? Dat dan weer wel. We redeneren even verder.
In feite is de aanpak die Verhagen voorstaat, die van het smeden van een minderheidskabinet. Eerst moeten de basispartijen een globale overeenkomst hebben, vervolgens moeten ze gaan zoeken naar partijen die hier gedoogsteun aan zouden willen geven.
Nu is een belangrijk kenmerk van een minderheidskabinet, dat het zowel partijen ter linker- als ter rechterzijde van zich weet. Dat immers maakt het realistisch om met wisselende meerderheden te regeren. Om die reden is het voor PVV en VVD niet realistisch die aanpak te kiezen, aangezien zij gezamenlijk niet voldoende steun aan hun rechterkant weten om daarmee te kunnen regeren. Dat geldt echter niet voor de combinatie VVD/CDA. De Deense variant.
Eén-op-één-onderhandelingen zijn dus een goed idee van Verhagen. Maar zijn invulling klopt niet. Dat moet VVD/CDA zijn. Dat vereist inderdaad een commitment vooraf van Mark Rutte aan het CDA. Maar gezien zijn eigen VVD-verkiezingsprogramma kan dat geen verrassing zijn voor de advocaten van PaarsPlus.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten