Het Amsterdamse PvdA-raadslid Ahmed Marcouch wil een jaarlijkse keppeltjesdag en speciale homopleinen met regenboogvlaggen. Ongetwijfeld een goed bedoeld idee, maar het miskent grotelijks de basis van het probleem. Die basis is niet op te lossen met een een dagje hier of daar. Het probleem zit hem namelijk niet in (on)bekendheid met andere bevolkingsgroepen, zelfs niet in de falende opvoeding binnen veel allochtone (lees: voornamelijk Marokkaans-islamitische) gezinnen. Het probleem is simpelweg een kwestie van territoriumgedrag, subsidiair een volledige onwil te luisteren naar bevoegd gezag.
Het kuddegedrag van veel probleemjongeren is er de oorzaak van dat zij zich storten op vertegenwoordigers van minderheden, zoals chimpansees zich storten op zwakkere groepen, omdat zij daarmee hun territorium vergroten. Wellicht niet eens zozeer in fysieke zin. Echter, ook op het gebied van normen en waarden is een zekere territoriumdrift mensen niet vreemd. Dit is het proces waar men in Amsterdam de meeste last van heeft, het tuig duldt niemand in zijn buurt, en wenst normen, waarden en gebruiken die hen niet zinnen zo ver mogelijk van zich weg te jagen.
De probleemjongeren zijn dus wel gesocialiseerd wat betreft het leven in hun eigen beperkte groep, maar niet in staat te functioneren in breder maatschappelijk verband. Op dezelfde wijze als het vrijwel onmogelijk is dieren die in het wild zijn opgegroeid te temmen en te socialiseren, zal blijken dat het onmogelijk is de groep probleemjongeren waar men nu de ergste last van heeft nog werkelijk sociaal te integreren. Deze jongeren zijn door jarenlange sociale verwaarlozing niet langer in staat zich de normen en waarden van onze maatschappij eigen te maken.
De eenvoudigste oplossing, zoals de PVV die voorstaat, is iedereen met een dubbel paspoort te denaturaliseren en de grens over te zetten. Als het juridisch rondgemaakt wordt, is dat een goede eerste stap. Tot op zekere hoogte zal dit ook effectief zijn, maar helaas slechts vooral om als afschrikwekkend voorbeeld een schokreactie te genereren onder de aanstormende generatie, waar wellicht nog wat aan gedaan kan worden.
De huidige generatie is in zekere zin verloren, niet alleen door het hierboven benoemde probleem, maar ook doordat zij een volstrekt surrealistisch zelfbeeld heeft. Het Volkskrant Magazine plaatste ruim een jaar geleden een weinig bekend artikel, waarin werd uitgelegd waarom het zo moeilijk is jonge Marokkanen in de gevarenzone aan een opleiding en vervolgens een baan te helpen. Deze jongeren zien zichzelf als slim en intelligent, en weigeren om die reden met hun handen te werken aangezien ze dat als minderwaardig beschouwen. Volgens de hulpverleners die in het artikel aan het woord kwamen, waren deze jongeren helaas dom op het zwakzinnige af, en kon niet verwacht worden dat zij ooit in een baan boven het nivo van zwaar en eentonig werk zouden belanden. Hetgeen zij pertinent weigerden.
Denaturalisatie en uitzetting zullen twee goede effecten hebben: rust in het land (wat weg is heb je geen last meer van) en een schokeffect voor de bevolkingsgroep en de nieuwe generatie, die nu opkijkt tegen de schijnbaar succesvolle rauwdouwers van de verloren generatie. Dit vereist keihard optreden, en zal in ieder geval een tamelijk groot menselijk drama tot stand brengen.
Het menselijk drama als gevolg van denaturalisatie en uitzetting dat zal ontstaan mag niet onderschat worden. In de eerste plaats hebben deze jongeren geen plek in het thuisland van hun tweede nationaliteit. Ze zijn er ook niet gewenst, niemand zit in Marokko (laten we dat land voor het gemak in dit artikel gebruiken) op hen te wachten. Zelfs een milde voortzetting van hun gebruikelijke gedrag in Nederland daar, zal hun leven volledig verwoesten. Wrakhout. Verdere gevolgen zullen onder meer zijn de pogingen opnieuw hier te lande terug te keren en onder te duiken, ditmaal als illegaal, en de hartverscheurende situatie van gebroken families. Daarmee kan een groot nationaal trauma ontstaan door de effecten op de eveneens in ruime mate aanwezige goedwillende familieleden van het tuig. Een zekere onbedoelde radicalisering van deze bevolkingsgroep lijkt waarschijnlijk, en is een risicofactor.
De alinea hierboven is de basis van de analyse van partijen die zich verzetten tegen harde maatregelen tegen jong tuig, en dat snijdt wel enig hout. Daartegenover moeten we ons afvragen wat er gebeurt als we niets doen. Niet alleen is de huidige generatie dan verloren voor de maatschappij, de generatie die de eerste tien, twintig jaar zal opgroeien zal op zijn best slechts in verminderde mate asociaal gedrag gaan vertonen. Echter, doordat deze groep voortplanting als enige effectief-succesvol toekomstperspectief heeft, zal wellicht de intensiteit van de problemen afnemen, maar niet de totale omvang, omdat de groep die dan minder grote problemen veroorzaakt zelf veel groter geworden is. Daarmee bestaat het gevaar dat er een nieuwe sociale norm ontkiemt, domweg door de massaliteit van een bepaald ongewenst gedrag.
Dat de sociale spankracht de grens van zijn mogelijkheden zo ongeveer bereikt heeft wordt door het hele politieke spectrum erkend, zij het niet altijd in die mate dat men er de consequenties van onder ogen wenst te zien. De moeilijkste stap om te maken, is dat bepaalde groepen niet langer te helpen zijn, en dat de maatschappij er niet mee geholpen is als die uit het oogpunt van goede bedoelingen worden ontzien.
Harde maatregelen nemen is nooit prettig, en de perceptie van wat harde maatregelen zijn verschilt nogal eens van persoon tot persoon. Dat neemt niet weg, dat er onderhand een situatie is ontstaan waarin zalfjes en masseren niet langer helpen. Als je de overlast van de groeiende groep probleemjongeren aan wilt pakken, zal dat moeten door middelen te gebruiken die deze jongeren vanuit hun eigen achtergrond begrijpen. Het zal door moeten dringen dat het menens is. Het tijdperk van het uitdelen van laatste waarschuwingen moet eindigen, omdat het principe van een laatste waarschuwing door de probleemgroep niet wordt begrepen. De grens moet scherper worden gesteld, en men wordt geacht die te kennen. Rücksichtlos, concreet.
Keppeltjes dagen etc, hoe goed bedoeld ook, zijn niet anders dan cosmetica. Optisch is er reden tot geruststelling, denkt men. De gebeurtenissen buiten die speciale dagen zijn veel belangrijker. Als kind vroeg ik mijn vader, naar aanleiding van Vaderdag, en impliciet dus ook vanwege Moederdag, wanneer het nu eens Kinderdag was. "Jongen", zei mijn vader, "het is elke dag Kinderdag." Zo is hoe het ook zou moeten zijn met Keppeltjesdag, namelijk niet nodig.
Elke dag Keppeltjesdag, niet éénmaal per jaar.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten