Pagina's

dinsdag 6 juli 2010

Uit de bijlage verslag Tjeenk Willink



1) Bij het oplossen van de crisis gaat het om meer dan ingrijpende financieel-economische maatregelen. Het gaat om een antwoord op de vraag waar het met Nederland in de komende tien jaar maatschappelijk, cultureel en economisch heen moet en wat de rol van de overheid, markt en burgersamenleving, nationaal en Europees, zal zijn en hun onderlinge verhouding.

Deze fundamentele vragen vereisen niet alleen een bestuurlijk maar allereerst een politiek-inhoudelijk antwoord en dwingen in een vertegenwoordigende democratie tot een politiek-inhoudelijk debat in het parlement. Dit politieke debat over fundamentele vragen verhoogt ook de kans dat maatschappelijke tegenstellingen kunnen worden overbrugd.

Er is een toenemende tegenstelling tussen mensen die in de veranderende samenleving vooral de kansen zien en mensen die die veranderingen vooral als bedreiging ervaren. Die tegenstelling valt niet (meer) samen met de oude partijtegenstellingen.

Het politiek-inhoudelijke debat blijft echter uit, zolang kabinet en Kamermeerderheid nauw aan elkaar verbonden blijven door strakke coalitieakkoorden. Partijen ontnemen zich dan de kans om over hun eigen schaduw heen te springen. Uitgebreide coalitie-akkoorden zijn, zo is in het verleden gebleken, vaak een belemmering voor een adequate reactie van een kabinet op gewijzigde omstandigheden of op ontwikkelingen die niet zijn voorzien.

Die ontwikkelingen zullen, zeker in de komende periode, voorkomen. Er moet een nieuw evenwicht worden gevonden tussen een open politieke debatcultuur en de bestuurlijke discipline die elke coalitie eist en waarvoor coalitieakkoorden bedoeld zijn.

Dat nieuwe evenwicht kan ontstaan bij een kabinet dat op enige afstand van de Kamer staat, waarin in ieder geval niet alle politieke leiders van de coalitiepartijen zitting hebben en dat aantreedt met een zeer beperkt coalitieakkoord op (financiële) hoofdlijnen waaraan fracties zich gebonden weten. Een beperkt akkoord geeft ook ruimte aan een inhoudelijke inbreng van de fracties in de Kamer die niet in het nieuwe kabinet vertegenwoordigd zijn, waaronder de grootste winnaar van de verkiezingen. Kwesties die niet in het regeerakkoord zijn opgenomen, zijn vrij en kunnen dus niet tot een kabinetscrisis leiden.


Het contraseign op initiatieven vanuit de Kamer wordt geweigerd als de beginselen van de democratische rechtsstaat, de internationale positie van Nederland of de financiële uitgangspunten van het beleid in het geding zijn.

2) Om de grote vraagstukken te kunnen aanpakken en de eigen rol van regering en Staten-Generaal duidelijk accent te geven, is een homogeen kabinet nodig dat door samenstelling en onderlinge samenwerking snel gezag zal verwerven (én behouden) in de Kamers en in de samenleving.

Daarvoor is openheid nodig over wat er in Nederland aan de hand is, hoe Nederland met internationale ontwikkelingen - vooral financieel-economisch - verweven is en wat van ieder wordt verwacht.

Aan de samenstelling van kabinetten wordt tot nu toe maar een fractie van de tijd besteed die de onderhandelingen over coalitieakkoorden plegen te kosten. Daardoor gaat de homogeniteit van het kabinet vaak niet verder dan datgene wat in het coalitieakkoord is afgesproken en heeft deze geen eigen basis in het onderlinge vertrouwen binnen het kabinet.

Daarom is het raadzaam dat in de volgende fase van de informatie wanneer de contouren van een coalitieakkoord zijn geschetst allereerst de portefeuilleverdeling en de personele samenstelling worden besproken. Dat kan een bijdrage zijn aan het onderling vertrouwen en daarmee aan een werkelijk beperkt akkoord op hoofdlijnen.

3) Een homogeen kabinet wordt bevorderd door onder meer:

Afspraken over de eisen waaraan de bewindslieden, individueel en collectief, moeten voldoen, waaronder financieel-economische geletterdheid. Daarbij ware te bedenken dat wanneer er meer ruimte wordt gelaten aan de Kamer, ervaren Kamerleden meer dan ooit in de Kamer zelf nodig zijn, al was het maar om de invloed van ambtenaren, belangengroepen en adviseurs terug te dringen.

Geen partijleiders in het kabinet, anders dan bij gemotiveerde uitzondering. Landsbelang staat boven partijbelang.

Een grotere gemeenschappelijke verantwoordelijkheid bij de personele samenstelling van het kabinet.

• Een gemeenschappelijk - door alle ministers en staatssecretarissen gedragen regeringsprogramma op hoofdlijnen, uitkomst van een werkelijk constituerend beraad met een uitwerking in de begroting 2011.

Een gemeenschappelijke (onderlinge) gedragscode voor contacten met de media.

De Volledige tekst van de bijlage vindt u hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten